Pas na de Middeleeuwen, door de uitvinding van de drukpers, raakt het overgrote deel van de Europese bevolking langzaam geletterd. Voor die tijd dienden niet boeken, maar verhalen en liederen als manier om geschiedenis te onthouden en door te geven.

De mensen die oude, verhalende liederen zongen deden dus meer dan het bieden van entertainment: ze waren de houders van cultuur en herinneringen. We kijken naar een paar van deze muzikanten.

De bard

Binnen de Keltische culturen had de bard een hoge status. Hij maakte klinkende liederen over veldslagen, heersers, mythen en helden. Koningen namen barden in dienst om een lied te componeren over het succes van hun heerschappij en hun verrichtingen. Dat was niet zonder risico, want een bard was ook goed getraind in het gebruik van satire. Barden gebruikten vaak een unieke dichtvorm om hun boodschap over te brengen.

De barden reisden van hof naar hof, onthielden de stambomen van de Keltische heersers, en brachten ook kennis van het Keltische ogham-schrift over. Toen de Keltische cultuur haar neergang beleefde (o.a. door de veroveringen van Romeinen, Germanen en Angelsaksen) verdween het beroep van bard langzaam.

De skald

In de grote hallen van de Vikingen maakten skalden hun verzen over de Noorse goden. Het werd aangenomen dat zij de inspiratie daarvoor direct uit het hemelse rijk Asgaard ontvingen – ze waren dus een schakel tussen de mensheid en het godenrijk. De belangrijke god Bragi was de beste dichter van alle negen werelden van het Noorse universum.

In de Prozaïsche Edda, één van de belangrijkste werken binnen de Noorse geschiedschrijving, vinden we veel skaldische verzen. Het zijn compacte, allitererende regels vol symboliek en bijnamen die de, vaak heldhaftige en gewelddadige, sagen van de goden vertellen. Omdat de Noorse goden zich vaak bijzonder menselijk gedroegen, geven deze verzen ook een beeld van het toenmalige leven in het hoge noorden.

De minstreel

Toen de Christelijke kerk eenmaal een belangrijke rol in de Europese samenleving had ingenomen, ontstonden er kloosters vol monniken. Zij namen met hun schrijfwerk een taak van de zangers over door gebeurtenissen uit het verleden vast te leggen.

Mede daardoor veranderde de rol van de verhalende zanger. De Middeleeuwse minstreel probeerde zijn toehoorders meer dan eerst te vermaken. Hij zong en vertelde over tragische liefdes, lachwekkende vorsten, grootste gevechten en nog veel meer. Hij kon vermaken en droevig stemmen, mensen tot op het bot beledigen of de hemel inzingen, dansen en jongleren.

Sommige minstrelen waren verbonden aan één hof, andere reisden rond om op verschillende kastelen hun kunsten te vertonen. Ook minstrelen traden in belangrijke mate op als behouder van cultuur: door het doorvertellen van oude verhalen, het doorgeven van liederen, en het brengen van nieuws van ver weg in verhaal of liedvorm.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *